Detail uit het brandraam in de VerrijzeniskerkZicht op het orgel van de Sint ElisabethkerkSint Jan batistBijbelBrandramen in de Sint TheresiaZicht op de Verrijzeniskerk

titel


Auteur: Piet Vandenbulcke Melchizedek


In een bijbelstudie kwamen we deze mysterieuse persoon tegen. Wie was Hij? Wat werd er verstaan onder "Naar de orde van Melchizedek"? Eerlijk? Hij blijft even mysterieus, maar heb wel veel opgedaan.


Jezus als hogepriester naar de orde van Melchizedek

Rondom de figuur Melchizedek ontwikkelden zich in het vroege jodendom en het vroege christendom verschillende tradities, zowel in Bijbelse als in Niet-Bijbelse bronnen. De rijkdom aan latere interpretaties staat in contrast met de beperkte hoeveelheid materiaal dat de Bijbel zelf over hem bevat.


In het Oude Testament wordt Melchizedek slechts twee keer genoemd: in Genesis en in de Psalmen. In het Nieuwe Testament komt hij alleen in de brief aan de Hebreeën voor. Jezus wordt hierin beschreven als hogepriester, als priester naar de orde van Melchizedek.


In de brief aan de Hebreeën komt op tal van manieren aan de orde, dat Christus meer is dan ieder ander, ook dan belangrijke personen uit het Oude Testament. In Hebreeën 7 wordt de vergelijking gemaakt tussen Christus en Aäron, en daarmee een vergelijking tussen het priesterschap van beiden. De conclusie van het hoofdstuk is, dat Christus meer is dan Aäron en dat het priesterschap van Christus meer is dan dat van Aäron.


Misschien ligt aan deze uiteenzetting een conflict ten grondslag, een verschil tussen joden en christenen. Immers, de christenen beleden hun geloof in de gekruisigde en opgestane Heiland. Jezus had als priester zichzelf geofferd en door zijn offer verzoening bewerkt. De joden zouden geantwoord kunnen hebben dat Christus helemaal niet uit het priesterlijk geslacht was. Hoe kan Hij dan priester zijn?


Het antwoord in Hebreeën 7 luidt: Christus is geen priester uit het geslacht van Aäron, maar Hij is priester naar de orde van Melchizedek. En Melchizedek is meer dan Aäron, dus Christus is meer dan Aäron.


Wie was deze Melchizedek? En waarom gebruikt Hebreeën het beeld van de hogepriester voor Jezus?


Niet alleen het Bijbelse materiaal over Melchizedek, maar juist ook het Niet-Bijbelse is belangrijk om de typering van Jezus in Hebreeën als evenbeeld van Melchizedek goed te begrijpen, is het niet alleen van belang naar het Bijbelse materiaal over Melchizedek te kijken, maar juist ook naar het Niet-Bijbelse materiaal.


Oude Testament: Genesis en de Psalmen

De typering van Melchizedek in andere bronnen vormt de literaire context van de beschrijving van Jezus als priester naar de orde van Melchizedek in de brief aan de Hebreeën. In het Oude Testament wordt Melchizedek voor het eerst genoemd in Genesis 14:18-20. Deze passage maakt deel uit van het verhaal over Sodom en Lot. Het hoofdstuk verhaalt over een strijd. De koningen van Sinear, Ellasar, Elam en van de volken voeren oorlog met Sodom en met de daaraan gelieerde steden Gomorra, Adama, Zeboïm en Bela. De vijanden van Sodom nemen Lot en zijn familie gevangen, waarop Abram vervolgens een leger verzamelt om mee te vechten tegen Sodoms vijanden. Abram slaagt erin Lot, zijn familie, zijn bezittingen en het volk van Sodom te bevrijden en staat bij terugkomst op het punt Bera, de koning van Sodom, te ontmoeten.
Het is op dit moment in het verhaal dat Melchizedek wordt geïntroduceerd: 'En Melchizedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van de allerhoogste God. En hij zegende Abram en zei: "Gezegend zij Abram door de allerhoogste God, die hemel en aarde bezit. En gezegend zij de allerhoogste God, die uw vijanden in uw hand geleverd heeft". En hij gaf hem een tiende van alles.' (Genesis 14:18-20)


Twee beschrijvingen van Melchizedek springen eruit: hij wordt koning van Salem en priester van de Allerhoogste God genoemd, die Abraham en God zegent. Niet helemaal duidelijk is wat met 'Salem' wordt bedoeld. Mogelijk duidt het op de stad Jeruzalem, zoals ook in Psalm 76:3. Onduidelijk is ook wie de tiende aan wie geeft op basis van de Hebreeuwse tekst. In commentaren wordt veelal aangenomen dat het Abraham is die het aan Melchizedek geeft als een erkenning van de legitimiteit van Melchizedeks priesterschap. Vermoedelijk vormen de verzen over Melchizedek een latere invoeging in Genesis 14.


Naast de bovengenoemde passage in Genesis komt het priesterschap van Melchizedek ook voor in één van Davids Konings Psalmen: “Uitspraak van de Heer tot mijn heer: "Neem plaats aan mijn rechterhand, totdat ik je vijanden zal maken tot een bank voor je voeten". (…) De Heer heeft gezworen en hij zal geen berouw hebben: "Je bent priester voor eeuwig, naar de orde van Melchizedek".' (Psalm 110:1-4) In de passage stelt God een persoon aan, aangesproken als 'mijn heer', die zowel koning (vers 1-2) als priester (vers 4) zal zijn. Uit de wijze waarop Melchizedek in het vers wordt aangehaald blijkt dat hij beschouwd wordt als een bekend figuur uit het verleden.


Of Genesis 14:18-20 en Psalm 110:1-4 met elkaar verbonden zijn, is op basis van hun datering en historische context niet duidelijk. De vraag naar de onderlinge relatie van de passages is op heel verschillende manieren beantwoord.


Godsopenbaring

Bij een andere benadering rijst de vraag naar de Godsopenbaring buiten Abram om. Diende Melchizedek dezelfde God als Abram? Wanneer hier sprake is van God, de Allerhoogste, worden in het Hebreeuws de woorden 'El 'Elyon gebruikt. De eerste naam, 'El is in Kanaän, in ieder geval in Ugarit, de aanduiding geweest van de Oppergod. En met de aanduiding 'Elyon, de Allerhoogste, is de positie aangegeven van hoogste God. Melchizedek verduidelijkt dit door de toevoeging 'Schepper van hemel en aarde'. In Kanaän konden deze woorden gebruikt worden, terwijl men een meergodendom, een polytheïsme, beleed. Het is uit Genesis 14 niet op te maken hoe Melchizedek hierover dacht. In ieder geval accepteert Abram de positie van deze priester, hoewel het mogelijk is, dat zijn godsdienst enigszins verbasterd was.


Wanneer Abram de koning van Sodom toespreekt, vermoedelijk in tegenwoordigheid van Melchizedek, gebruikt Abram dezelfde woorden als Melchizedek, maar hij voegt er de naam HERE, JHWH, aan toe: 'Ik zweer bij de HERE, bij God, de Allerhoogste'.


Abram is door God geroepen in een tijd waarin restanten van het ware Godsgeloof aanwezig waren, maar meestal vermengd waren met afgoderij. Deze afgoderij werd ook in het ouderlijk gezin van Abram beoefend (aldus Jozua 24:2).


Het boek Job, dat waarschijnlijk gesitueerd moet worden in de tijd van de aartsvaders, gaat ook uit van ware Godskennis buiten Abram en zijn nageslacht om. In de loop der tijd gaat steeds meer van die kennis verloren, omdat de volkeren de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden (Romeinen 1). Maar zeker in de tijd van Abram mogen we die kennis hier en daar aanwezig veronderstellen.


In ieder geval heeft Abram voldoende mate van geloofsovereenkomst met Melchizedek gevoeld, om hem als priester van God, de Allerhoogste, te aanvaarden.


Jozua 10

Wanneer we verdergaan in de geschiedenis, komen we in de tijd van Jozua een volgende koning van Jeruzalem tegen, te weten Adoni-zedek. Er is overeenkomst te bespeuren in de naam Melchizedek en Adonizedek. Beide namen eindigen op 'zedek'. Er zijn twee mogelijkheden: 'Zedek' is de naam van een God, of het woord 'zedek' betekent 'rechtvaardig'. In het eerste geval betekenen de namen: '(Mijn) koning is Zedek' en '(Mijn) heer is Zedek', in het tweede geval: '(Mijn) koning is rechtvaardig' en '(Mijn) heer is rechtvaardig'.


Nieuwe Testament: brief aan de Hebreeën

In latere tijden zijn de passages uit Genesis 14 en Psalm 110 wél bij elkaar gebracht en samen geïnterpreteerd. De brief aan de Hebreeën is hier een mooi voorbeeld van. Hoofdstuk 7 in de brief vormt het kernhoofdstuk over 'deze Melchizedek'. Het kan zelfs als een Melchizedek-commentaar worden beschouwd, een midrasj . Een selectie van citaten uit Genesis vormt het begin van het hoofdstuk: "Want deze Melchizedek was koning van Salem en priester van de allerhoogste God, die Abraham tegemoet ging toen hij terugkeerde van het verslaan van de koningen, en hem zegende, aan wie Abraham een tiende van alles gaf." (Hebreeën 7:1-2)


Verschillende zaken vallen op. Zo is de zegen uit Genesis 14:19-20 en het brengen van brood en wijn uit Genesis 14:18 achterwege gelaten. Daarnaast is er een verschil in volgorde op te merken: in Genesis wordt het fragment Genesis 14:18-20 verbonden met het verhaal van Abrahams terugkomst na het verslaan van Kedorlaomer (Genesis 14:17). In andere woorden: Abraham heeft in Genesis een primaire rol, Melchizedek een secundaire. In Hebreeën daarentegen is Melchizedek in eerdere hoofdstukken al geïntroduceerd aan de hand van referenties aan Psalm 110:4. Zo wordt het vers geciteerd in Hebreeën 5:5-6 en wordt dit citaat herhaald in Hebreeën 7:17. Daar tussenin, in Hebreeën 5:10 en 6:20, wordt het vers geparafraseerd. Daarmee lijkt er in de brief aan de Hebreeën een andere nadruk te zijn: in Hebreeën speelt Psalm 110 en de referentie naar Melchizedek een primaire rol en Abraham juist een secundaire.


Hebreeën 7 kan dan ook worden beschouwd als een commentaar op de verzen uit Genesis. Zo wordt in Hebreeën 7:2 een interpretatie gegeven van Melchizedeks naam: 'koning van rechtvaardigheid'. 'Koning van Salem' wordt geduid als 'koning van vrede'. Een opvallende toevoeging in Hebreeën 7:3 beschrijft Melchizedek vervolgens als: 'Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God - hij is priester voor altijd.' Hier wordt opnieuw gerefereerd aan Psalm 110:4.


Vervolgens wordt het afstaan van de tienden geïnterpreteerd als een teken van Melchizedeks superioriteit ten opzichte van Abraham en daarmee ten opzichte van het Levitische priesterschap (Hebreeën 7:4-10). Melchizedek gaat aan Levi vooraf: '… want hij [Levi] was nog in de lendenen van zijn vader toen Melchizedek hem [Abraham] tegemoet ging.' (Hebreeën 7:10) De midrasj van Hebreeën 7 heeft alles te maken met de rol en betekenis die aan Jezus Christus wordt toegekend. Jezus komt naar voren als Zoon van God, als het laatste (Hebreeën 1:2) en meest gezaghebbende (Hebreeën 1:3) woord van God. Daarmee wordt Jezus als superieur beschouwd ten opzichte van alle anderen die tussen God en zijn volk bemiddelen: de profeten, de engelen, Mozes en Aäron.


Tegelijkertijd staat beschreven dat Jezus in alle opzichten gelijk aan zijn broeders moest worden, opdat hij een barmhartige en betrouwbare hogepriester zou zijn (Hebreeën 2:16-17). Er was een noodzaak voor een andere priester, een zoals Melchizedek (Hebreeën 7:11). Jezus werd te midden van de mensen tot hogepriester verkozen (Hebreeën 5:1) en is, in tegenstelling tot de levitische priesters, een priester voor altijd (Hebreeën 7:23-25).


Twee zaken vallen op in de manier waarop Jezus wordt gekarakteriseerd: Jezus wordt neergezet als het evenbeeld van Melchizedek én als hogepriester. De hogepriester van de tempel was van oudsher de opvolger en nakomeling van Aäron, uit de stam van Levi. Eenmaal per jaar mocht hij het allerheiligste binnengaan om aan de hand van offers verzoening voor het hele volk te bewerkstelligen. Jezus wordt als hogepriester in de Hebreeënbrief anders geduid. Hij hoeft niet, als de andere priesters, dagelijks offers te brengen voor zijn zonden en die van het volk. Hij heeft dat immers voor eens en voor altijd gedaan toen hij het offer van zijn leven bracht (Hebreeën 7:26-27). Zo wordt Jezus beschreven als degene die het getuigenis van Psalm 110:4 vervult.


Hebreeën 7 als kern van het evangelie

In Mattheüs 22 lezen we dat net voor Zijn diepe lijden heeft Jezus een vraag aan de Farizeeën: 'Wat denkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij?' Daarop geven zij het goede antwoord: 'Davids Zoon'. Dan vraagt Christus aan hen, met een verwijzing naar Psalm. 110: Hoe kan David Hem zowel zijn Zoon als zijn Heer noemen? Hierop blijven de Farizeeën het antwoord schuldig. Ze hebben geen zicht op de Messias Die zowel koning als priester zal zijn. Ze hebben geen zicht op de verandering in bedeling, de vernieuwing van het verbond. Ze hebben geen zicht op de Priester naar de orde van Melchizedek. Deze Priester zal Zichzelf offeren en zo het hemelse heiligdom binnengaan om verzoening te bewerken. Hiermee wordt duidelijk dat in Hebreeën 7 geen theoretische zaak behandeld wordt, maar de kern van het Evangelie in het geding is.


Niet-Bijbelse literatuur: Jezus en Melchizedek

Door Jezus te schetsen als het evenbeeld van Melchizedek, wordt hij in een bestaande traditie geplaatst. De wijze waarop de figuur Melchizedek in de brief aan de Hebreeën naar voren komt, verschilt echter van de passages uit Genesis en de Psalmen waarop het gebaseerd is. Zo zijn de etymologieën 'koning van rechtvaardigheid' en 'koning van vrede' nieuw, evenals Melchizedeks tijdloosheid en de afwezigheid van een menselijke bestaand genealogie, zijn gelijkenis met de Zoon van God en zijn onsterfelijkheid. Dit alles duidt op een meer ontwikkelde interpretatie van de figuur Melchizedek. Mogelijk heeft de auteur van Hebreeën zelf interpretaties ingebracht. De wijze waarop Melchizedek in Niet-Bijbelse bronnen naar voren komt maakt het echter waarschijnlijker dat er ten tijde van het schrijven van de Hebreeënbrief andere, Niet-Bijbelse tradities bestonden waarop de auteur zich baseert.


De twee meest relevantste Niet-Bijbelse bronnen in dit verband zijn de Dode Zeerollen en de geschriften van Philo van Alexandrië. Door Jezus te schetsen als evenbeeld van Melchizedek, wordt hij in een bestaande traditie geplaatst.


Dode Zeerollen uit Qumran over Melchizedek

Melchizedek komt voor in een aantal teksten uit Qumran, waarvan sommige erg fragmentarisch. In ieder geval twee teksten moeten worden genoemd: het Genesis Apocryphon, een herschrijving van Genesis in het Aramees, en 11QMelchizedek. In het Genesis Apocryphon wordt Genesis 14:18-20 geparafraseerd (1QapGen xxii 13-17), met enkele kleine veranderingen tot gevolg. Zo brengt Melchizedek eten (niet alleen brood) en drinken naar Abraham en naar degenen die met hem zijn. Van de tiende wordt vervolgens gesteld dat het afkomstig is van de koning van Elam en zijn bondgenoten. Vooral interessant in de context van de brief aan de Hebreeën is 11QMelchizedek (11Q13). Melchizedek wordt in deze tekst niet gerelateerd aan de menselijke figuur die Abraham ontmoet. Evenmin bevat de tekst een citaat uit of commentaar op Psalm 110. De tekst heeft daarentegen een eschatologisch karakter en beschrijft de verlossing van de eindtijd. Melchizedek heeft daarin de rol van aanvoerder van de hemelse legermachten, die de scharen van Belial overwint. Hij wordt omschreven als een hemelse strijder, waarbij hij dezelfde rol vervult als de 'Vorst van het licht' (1QS III 30; CD V 18; 1QM XIII 10) en de aartsengel Michaël (1QM XVII 6-7), figuren die voorkomen in andere sektarische teksten van Qumran. In deze context wordt Melchizedek aangeduid als Elohim (hemeling). Melchizedek verschijnt aan het einde van het tiende jubileum (ii 7) om zijn 'kinderen' te bevrijden uit de macht van Belial en uit de macht van alle geesten van zijn erfdeel (ii 13). Het einde van het tiende jubileum is de grote verzoendag, waarop verzoening zal worden gedaan voor alle kinderen Gods en de mannen van het erfdeel van Melchizedek (ii 7-8).

Deze tekst uit Qumran wijst op een ontwikkeling van de interpretatie van Melchizedek, van priester van de allerhoogste God naar een hemelse figuur. Dit komt overeen met de wijze waarop de figuur Melchizedek in de brief aan de Hebreeën wordt weergegeven. Hoewel Melchizedeks priesterlijke functie niet aan de orde komt in 11QMelchizedek, vormt deze tekst uit Qumran toch een belangrijke bron voor het verstaan van de Melchizedektradities die aan de Hebreeënbrief ten grondslag liggen.


Philo van Alexandrië over Melchizedek

Melchizedeks priesterschap komt wel aan de orde in de uitvoerige beschrijving van Philo van Alexandrië in het derde boek van zijn Allegorische Interpretatie van Genesis (Leg. all. 3.79-82). Hij refereert aan Melchizedek als de 'grote priester'. Daarmee staat Philo in een traditie van andere Niet-Bijbelse bronnen waarin het priesterschap van Melchizedek naar voren komt, zoals Targum Neophyti en een tekst uit Nag Hammadi.


Daarnaast wordt Melchizedek door Philo geïnterpreteerd als de goddelijke Logos (Leg. all. 3.82). Het is niet duidelijk of Philo's interpretatie een traditie reflecteert waarin een hemelse status aan Melchizedek wordt toegeschreven. Opmerkelijk is wel dat de twee etymologieën van 'rechtvaardige koning' en 'koning van vrede', zoals in Hebreeën, ook bij Philo voorkomen. De brief aan de Hebreeën is vermoedelijk niet direct afhankelijk van Philo. Wel duidt dit gegeven erop dat zowel Philo als de auteur van Hebreeën een gemeenschappelijke traditie kenden waarin Melchizedek op deze wijze werd verstaan.


De brief aan de Hebreeën blijkt daarmee in een traditie te staan van latere interpretaties van de figuur Melchizedek. Hierop wordt voortgebouwd, doordat ook Jezus in deze traditie wordt geplaatst. De rijkdom aan latere interpretaties is opvallend; het contrasteert haast met de beperkte hoeveelheid materiaal dat het Oude Testament zelf over Melchizedek bevat. Wellicht is het juist de beperkte invulling van de figuur in het Oude Testament die aanleiding heeft gegeven tot allerlei projecties op Melchizedek door latere lezers.


De orde van Melchizedek

Er zijn uitleggers, die zeggen: in Psalm 110:4 betekent de uitdrukking 'priester naar de orde van Melchizedek' dat er een combinatie is van priesterschap en koningschap. Maar is dat de vraag. Het lijkt er meer op, alsof het priesterschap verduidelijkt wordt. En het priesterschap zelf wordt niet verduidelijkt door te zeggen dat het koningschap eraan wordt toegevoegd.


We moeten ons de situatie van David voorstellen. Hij is koning geworden in Jeruzalem. In die situatie denkt hij aan zijn voorgangers. Ook aan Melchizedek, die koning en priester was. Maar voor David en zijn nageslacht is er geen mogelijkheid ooit priester te worden, zolang het priesterschap uitsluitend berust bij het nageslacht van Aäron. Zij zullen nooit deel kunnen krijgen aan dit erfelijke priesterschap.


In die omstandigheden komt de Here met een boodschap tot David, die betrekking heeft op iemand uit zijn nageslacht: 'De HERE heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig naar de wijze / naar de orde van Melchizedek'.


Is het soms het eeuwigdurende karakter van het priesterschap, waarin dit priesterschap verschilt van dat van Aäron? Nee, want ook van dat priesterschap wordt het woord 'eeuwig' gebruikt: Aäron en zijn zonen krijgen het eeuwige, blijvende, altijddurende priesterschap.


De grote vraag is: hoe komt een nakomeling van David aan het priesterschap?

In de oudheid kon men op twee manieren een ambt ontvangen: in de eerste plaats door erfelijke rechten: de oudste zoon van de hogepriester mocht zijn vader opvolgen, de oudste zoon van de koning mocht ook zijn vader opvolgen. Dat is de eerste manier.
De tweede manier is dit, dat een koning een ander aanstelt. Bijv. een koning die zelf geen kinderen heeft, kan een ander tot opvolger benoemen. Of hij kan iemand benoemen op een hoge plaats in zijn rijk op grond van speciale verdiensten en niet op grond van de adellijke stand van zijn voorouders. Er was natuurlijk nog een derde manier, die van brute verovering, maar die mogelijkheid kunnen we hier buiten beschouwing laten.


Eedzwering

In 'Verkenningen in de katholieke brieven en Hebreeën' zijn twee artikelen terug te vinden van M.J. Paul, met een toelichting dat Melchizedek niet door erfopvolging koning en priester is geworden, maar doordat een ander hem benoemd heeft. Daar was dan eedzwering voor nodig.

Op deze wijze ontstaat er mogelijkheden voor het nageslacht van David. Zelf was hij uit de stam van Juda, en zo kon nooit iemand priester worden.

Maar als God zelf aan iemand uit zijn nageslacht het priesterschap toezegt, door eedzwering, kan deze zowel koning als priester worden - niet het priesterschap naar de orde van Aäron, maar naar de orde van Melchizedek. Op deze wijze kan Christus, die uit het geslacht van David is, priester worden. Een ander priesterschap dan dat van Aäron, een priesterschap, zoals in Hebreeën 7 staat, dat hoger is dan dat van Aäron.


Zonder geslachtsregister

Van deze Melchizedek staat er vervolgens: 'zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens'. Wat betekenen deze wonderlijke woorden?

Er zijn uitleggers geweest die zeggen: Melchizedek moet een engel geweest zijn. De engelen hebben geen vader of moeder of geslachtsregister. Zij hebben ook geen levenseinde. Deze uitleg werd versterkt door de vondst van een klein geschrift in de grotten van Qumran, een geschrift waarin Melchizedek een soort hemelse verlosser is. Doch bijna niemand erkent tegenwoordig nog de juistheid van deze interpretatie in Hebreeën 7. De engelen hebben wel een begin gehad, ze zijn er niet van eeuwigheid. En Genesis 14 geeft helemaal niet de indruk dat een engel koning en priester over Salem was.

De meeste uitleggers denken in een andere richting. Ze nemen aan dat Melchizedek wel degelijk een vader en moeder gehad heeft, en dat hij ook een geslachtsregister had. Maar, en dat is het opvallende, dat register wordt in Genesis 14 niet genoemd. Meestal krijgen we in de Bijbel te horen wie de vader of moeder is. De meeste personen worden a.h.w. geïntroduceerd, maar van Melchizedek horen we niets. We weten niet wie zijn vader en moeder zijn.


De redenering is dan als volgt: Het boek Genesis vermeldt ze niet, en zo lijkt het alsof hij ze niet gehad heeft. Dus: in de wijze waarop de Schrift over Melchizedek spreekt, heeft hij geen vader en moeder. Dit is voor ons gevoel natuurlijk een wonderlijke wijze van Schriftuitleg. Opmerkingen in die richting worden meer dan eens gemaakt. Dit zijn de bedenkelijke consequenties als men deze lijn van uitleg volgt. Maar voordat we met een andere mogelijkheid komen, is het goed deze lijn even door te trekken. Hoe zijn deze woorden dan van toepassing op Christus? Hoe kan Hij dan priester zijn naar de orde van Melchizedek?


Men wijst dan op de combinatie van functies: Hij is zowel koning als priester. Men wijst erop dat Hij naar zijn menselijke natuur zonder vader is, en naar zijn goddelijke natuur zonder moeder. Tevens dat Hij van eeuwigheid is, zonder begin van dagen, en dat Hij ook eeuwig leven zal, en dus zonder einde des levens is.

Deze overeenkomsten zijn juist, maar het is zoeken om overeenkomsten te vinden. En erg logisch komt de redenering bij ons niet over. Want het blijft een wonderlijke zaak om een conclusie te trekken uit het feit dat geboorte en levenseinde van Melchizedek niet vermeld worden, terwijl hij ze heus wel gehad zal hebben!

Dus volgens deze uitleg is de overeenkomst tussen Christus en Melchizedek alleen gelegen in de voorstelling van de Schrift in Genesis 14. Het verzwegene dient als vergelijking met dat wat Christus in werkelijkheid niet gehad heeft.

Als bewijs dat deze manier van exegese voorkwam bij de Joden, voert men vaak aan de Latijnse regel "Quod non in thora, non in mundo". Maar deze regel is onzorgvuldig geformuleerd en hier niet van toepassing. De Joden hebben nooit soortgelijke conclusies getrokken. Maar zelfs als de Joden dit wel gedaan zouden hebben, blijft het een moeilijkheid dat deze methode van uitleg verder nergens in de Bijbel voorkomt.


'Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister’

Als we de woorden 'zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister' uitsluitend ambtelijk te verstaan. D.w.z.: Melchizedek heeft niet door zijn vader of door zijn moeder de waardigheid van koning en priester ontvangen. Hij is benoemd om andere redenen.

Hiervoor is een parallel aan te wijzen in het Jodendom. Het was voor heidenen mogelijk over te gaan naar het Jodendom. In dat geval moest de proselietendoop bediend worden. Als een man zo opgenomen werd in de joodse gemeenschap, zeiden de rabbijnen: 'een heiden heeft geen vader'. De rabbijnen bedoelen hier natuurlijk niet mee te zeggen dat een heiden helemaal geen natuurlijke vader heeft, maar dat hij geen vader heeft waarmee in het joodse recht rekening gehouden moet worden.

Op die wijze had Melchizedek geen vader of moeder door wie hij recht had op de troon en op het altaar. Zo kon Christus, uit de stam van Juda, geen rechten laten gelden op het priesterschap van Aäron.


Doorwerking in het Jodendom

Volgens sommige tradities werd aangenomen dat Melchizedek dezelfde was als Sem, zoon van Noach.
In de Dode Zeerollen komt Melchizedek verschillende keren voor. In de Genesis Apokryphon (1Q20) verschijnt hij op vergelijkbare wijze als in Genesis 14.

Daarnaast komt hij voor in het Visioen van Amram (4QAmram) en uitvoerig in de zogenoemde Melchizedek-rol (11QMelch ook wel aangeduid als 11Q13). Of dit dezelfde figuur betreft als in Genesis 14 is omstreden. Er wordt namelijk geen enkele verwijzing naar dit verhaal gemaakt en Melchizedek wordt hierin ook geen koning of priester genoemd. Hij wordt hierin als een hemelse gestalte voorgesteld, met de functie van een hemelse rechter die gevallen engelen de straf van God oplegt. Hierin wordt Melchizedek de Messias van de Geest genoemd. Aan het eind van de tekst wordt hij benoemd als de heerser over "de zonen der rechtvaardigheid die het convenant nakomen" en de eeuwige vrede herstelt. Het is mogelijk dat hij ook in 4Q401 en 4Q403 wordt genoemd, maar die rollen zijn dermate beschadigd dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

In het Tweede boek van Henoch, geschreven in de eerste eeuw, wordt Melchizedek geboren uit het lichaam van de overleden vrouw van een broer van Noach. Reeds bij zijn geboorte is hij een volledig ontwikkeld kind dat kan praten. Veertig dagen na zijn geboorte wordt hij door de aartsengel Gabriël meegenomen naar de Hof van Eden waardoor hij niet met de komende zondvloed zal worden geconfronteerd.


Het verhaal rond Melchizedek in de vroege kerk

Het verhaal werd waarschijnlijk geschreven in een Joods milieu in Egypte of de Levant tussen de 1e en 3e eeuw na Christus. Het is bekend via twee verschillende recensies, elk herzien door een christelijke redacteur. Ze verschillen in de volgorde van hun onderdelen. Eén bevat een valse toeschrijving aan Athanasius en staat daarom vaak bekend als "Pseudo-Athanasius". Deze toeschrijving wordt universeel verworpen als onderdeel van het origineel. De andere recensie werd opgenomen in de Byzantijnse Palaea historica uit de 8e of 9e eeuw onder de titel Betreffende Melchizedek. Het herschikt de tekst en plaatst het hoofdverhaal in een raamverhaal. Alle andere versies in andere talen zijn afgeleid van deze twee christelijke recensies.


De tekst circuleerde wijdverbreid in de vroege kerk. Vertalingen in het Syrisch , Arabisch , Armeens , Georgisch en Roemeens zijn bekend. Er zijn drie onafhankelijke vertalingen in het Latijn en twee gedeeltelijke vertalingen in het Koptisch , één in het Sahidisch dialect en een andere in het Bohairisch. Deze Koptische fragmenten werden opgenomen in het eucharistische gebed van het breken van het brood. Een Ethiopisch fragment werd op dezelfde manier gebruikt. Het verhaal bereikte echter zijn grootste populariteit in het Slavisch. Beide recensies werden onafhankelijk van elkaar in het Slavisch vertaald, en later gecombineerd en ingekort om een nieuwe, kortere versie te vormen. Er waren later nog twee verdere herzieningen van de Slavische tekst, om in totaal vijf verschillende Slavische versies te produceren.


Melchizedek en zijn broer Melchi zijn de enige zonen van de heidense koning van Salem , Melchi, zoon van Salaad en kleinzoon van koningin Salem. Hun moeder heet ook Salem. Op een dag beveelt de koning Melchizedek om wat vee te halen om te offeren aan afgoden in de tempel van de Twaalf Goden. Onderweg observeert Melchizedek de zon en beschouwt hij de maan en de sterren, tot de conclusie dat degene die ze geschapen heeft de enige is die aanbidding waardig is. Hij keert terug naar zijn vader zonder het vee en probeert zijn vader over te halen om het heidendom op te geven voor het monotheïsme. Een woedende Melchi besluit in plaats daarvan een van zijn zonen te offeren. Door tussenkomst van zijn moeder wordt Melchizedek gespaard en wordt zijn broer geofferd (samen met honderden andere jongens).

Melchizedek vlucht uit Salem naar de berg Tabor. Terwijl het offer voortduurt, bidt hij dat God iedereen die eraan deelneemt zal straffen. De stad Salem en iedereen die zich erin bevindt, inclusief Melchizedeks hele familie, wordt verzwolgen. Wanneer hij beseft wat er is gebeurd, keert Melchizedek terug naar de berg Tabor en brengt de volgende zeven jaar volledig naakt door in het bos, levend van bessen en dauw. Abram gaat naar de berg Tabor, vindt Melchizedek, scheert en kleedt hem, zoals God heeft opgedragen. Drie dagen later zegent Melchizedek Abram en zalft hem tot Abraham. De twee brengen offers van brood en wijn aan God.


Jezus als evenbeeld van Melchizedek

In de brief aan de Hebreeën wordt aan de hand van de figuur Melchizedek het beeld van de hogepriester voor Jezus gebruikt. Van Jezus wordt gesteld dat hij priester is in de orde van de Melchizedek. Aan deze typering liggen vermoedelijk verschillende tradities ten grondslag. Niet-Bijbelse literatuur als de Dode Zeerollen en Philo laten een ontwikkeling zien waarin Melchizedek niet alleen wordt verstaan als een aards figuur, maar ook als een hemelse figuur die verzoening zal bewerkstelligen.


Het is, naast Genesis 14:18-20 en Psalm 110:1-4, ook in het bijzonder deze verder ontwikkelde interpretatie die een rol speelt in de wijze waarop Melchizedek met Jezus in verband wordt gebracht. Hebreeën doet dus mee in een vroeg-joodse gedachtewisseling over de status van Melchizedek. Door Jezus te schetsen als een evenbeeld van Melchizedek, wordt hij in een bestaande traditie geplaatst die te maken heeft met de eindtijd, met rechtvaardigheid en vrede. De nieuwe figuur, Jezus, krijgt daarmee invulling vanuit de bekende traditie.


Bronnen
  • Bijbelstudie Hebreeën 7 met ds. Peter Smits
  • Bernice Brijan docent aan de Tilburg School of Catholic Theology (departement Bijbelwetenschappen en kerkgeschiedenis)
  • A.G. Knevel, M.J. Paul en P.H.R. van Houwelingen (red.), Verkenningen in de katholieke brieven en Hebreeën. Theologische Verkenningen. Kok Voorhoeve te Kampen, 1993
  • Theo de Kruijff, "Bijdragen; Melchizedek, priester en koning."
  • Adam van der Woude, De rollen van de Dode Zee (Utrecht: Ten Have, 2013).
  • "Randfiguren uit de Bijbel" van Johan Visser
  • B. Holwerda, "De Priester-koning in het Oude Testament"
  • Wikipedia "Melchizedek Thora"



  • © 2025 - Pastorale Eenheid De Verrijzenis Kortrijk - - - Privacybeleid



    Uw browser is: Unknown 5.0 overzicht Unknown rapport:
    Mozilla/5.0 AppleWebKit/537.36 (KHTML, like Gecko; compatible; ClaudeBot/1.0; +claudebot@anthropic.com)