Auteur: Anthony Vandebuerie
Op stap door heen de kerk

De toren is ... Hoog!
Onder de toren is er een berging voorzien waar heel wat materiaal voor de decoratie in de liturgie is opgeborgen.
Bij het beklimmen van de toren komen jullie voorbij het doksaal. In vele kerken is dit doksaal van een orgel voorzien.
Van daaruit hebt u een prachtig zich/óp het schip van de kerk.
We gaan verder met onze beklimming en komen zo op het eerste plateau. Jullie merken onmiddellijk een grote ronde plank boven een eveneens rond gat in de grond. Door die gaten zowel onder u als boven u werden de loodzware klokken naar boven gehesen. U bemerkt ook onmiddellijk de hoogte van de toren en ook de houten trap die klaar staat voor de beklimming.
Doe het voorzichtig en in een rustig tempo. Bij de beklimming ga je aan de kant van de muur, en dus niet langs de kant van de trapleuning. Doe het ook achter elkaar en niet naast elkaar.
Bij hel boven komen op het voorlaatste plateau stopt de beklimming. De laatste beklimming is tot aan de klokkenstoel. Daarin zijn alle klokken opgehangen. Maar omwille van de slechte vloer daarboven en het gebrek aan plaats is het niet aan te raden om verder te gaan. Kijk eventjes door de ramen aan de zijkant.
Het is ten strengste verboden om op de deksels te lopen boven de gaten voor de klokken. Op het bovenste verdiep gekomen, bemerk je de hechtingspunten voor de grote ster die ieder jaar aan de toren wordt opgehangen.
Het schip
We beginnen achteraan bij de inkom. Daar zijn er wijwatervaten voorzien. Daarmee kunnen de mensen zich met het kruisteken bij het binnenkomen in de kerk. Het is een minireinigingsritueel (besprenkel mij met hysop dat ik rein wordt cfr. Doopsel). We schuiven nu door naar de kant van de afscheidsruimte voor de begrafenis liturgie. Op hei tapijt wordt voor de begroeting de lijkkist geplaatst. Daar nemen de mensen voor of na de dienst afscheid van hun dierbaren. Aan de muur zijn de kruisje opgehangen voor de mensen die overleden zijn. Zo willen wij duidelijk maken aan de levende geloofsgemeenschap dat er iemand doorheen het sterven afscheid heeft genomen van dit aardse bestaan. De kruisjes blijven opgehangen tot aan Allerzielen. Dan komen wij weer met alle familie leden samen voor de viering in de kerk, waarbij alle overleden van het afgelopen jaar nog even worden vernoemd. Op het einde van de viering krijgt de familie die dat wenst hel kruisje mee naar huis.
Bij het nu naar voor gaan, bemerk je de biechtstoelen, nu veel minder in gebruik. Mensen die dal wensen kunnen een priester vragen voor een biecht gesprek. In dit gesprek willen mensen hun fouten bekennen. Zij tonen daardoor dat zij spijt hebben van wat er mis is gelopen en vragen om vergeven. De priester die in naam van God zonden vergeeft, zit in het midden. De scheidingswand tussen de boeteling en de priester is er voor de anonimiteit.
We komen zo vooraan in de kerk bij het beeld van onze patroonheilige Sint-Elisabeth. Het gaat hier dus om Elisabeth van Hongarije.
Nu zijn we ook aan het begin van de kruisweg gekomen. De kruisweg dient als een figuratieve meditatie over het lijden van Jezus. Hij is opgebouwd uit 14 soms 15 staties. Een statie is een halte om even na te denken wat er met die Jezus toen gebeurd en ook om even te bedenken over het eigen leven. De I5de statie is de verrijzenis. De 14dr statie is de graflegging. Eigenlijk behoort de verrijzenis niet meer tot de overweging van het lijden van de Heer.
Misschien kan hier en daar even gestopt worden met de vraag wat zij zien of wat het zou kunnen betekenen.
Nog even de aandacht vestigen op de knielbanken die aan de zijkant zijn opgesteld voor het huwelijk.
Bij het ronddraaien in de kerk zijn wij ondertussen gekomen aan de doopvont.
Veelal worden de kinderen tegenwoordig gedoopt in de weekkapel.
Het doopsel bestaat uit een verwelkoming, de naamgeving, een geloofsbelijdenis, de bereidheid van vader en moeder,
peter en meter, het doopsel zelf, het effeta-gebed, de zalving, het doopkleed en het scapulier.
Aan de doopvont vindt u de icoon van Maria, moeder van alle mensen,
en daarbij ook de figuurtjes van de kinderen die gedoopt werden:
een meisje voor de meisjes een jongen voor de jongens.
Deze blijven hier opgehangen om aan de levende gemeenschap duidelijk tc maken dat er nieuwe kindjes opgenomen werden
in onze gemeenschap. Als je nu even diagonaal in de kerk kijkt dan merk je dat aan de andere kant de kruisjes hangen.
Dit is de grootste afstand in de kerk. Daartussen staan 450 stoelen, waarop de mensen zitten die met ons samen vieren.
Zij vormen als het ware de levende brug tussen deze twee extreme momenten van het leven, begin en einde.
De figuurtjes van het doopsel blijven opgehangen IOI aan lichtmis.
Dan komen wij opnieuw samen met alle jonge ouders van die kindjes in een gebedsmoment,
waarna zij de figuurtjes meekrijgen naar huis.
We gaan nu de treden op cn komen aan het altaar. Het antependium is aangepast aan de kleur van de liturgie. Ook de beide ambo's- Aan de ambo gebeurt alles wat woord dienst is. De eerste lezing tot en met het evangelie en de homilie. Wanneer de tafeldienst begint dan verplaatst de priester zich naar het altaar. Aan het altaar wordt de eucharistie gevierd het grote dankgebed.
Draaien WIJ ons even om dan zien wij opnieuw een altaar siaan. Het rust-altaar of tabernakel.
Daarbij staat een rode lamp (kaars) te branden. Deze maakt duidelijk dat het sacrament,
het lam Gods aanwezig is in het tabernakel. In het tabernakel staat een ciborie met daarin de heilige Hostie.
Achter het hoofdaltaar, verschijnen de pijpen van het orgel.
Het orgel zelf staat op de zijkant.
Op de grond aan de kant van de misdienaars vinden wij de belletjes om de mensen attent te maken
voor de belangrijke momenten in de viering. De grote klok bij de ingang maakt duidelijk aan de mensen
dat de viering kan beginnen. We verplaatsen ons nu verder richting sacristie.
Overgang naar de sacristie
De muziek installatie en de regeling van de micro's, aan de andere kant de berging en een weinig verder hel lokaaltje voor de misdienaars. Daar hangen alle kleren van de misdienaars en ook de touwen in de passende liturgische kleur. Zo komen wij in de sacristie.
Sacristie
Hier is de plaats waar de priester zich klaar maakt voor de liturgie. Hier vinden wij de kleren en het vaatwerk voor de verschillende liturgische vieringen. Eerst doet de priester een albe aan: een wit kleed, het priesterlijk gewaad. Verwijzend naar de witte kledij waarmee Jezus meestal afgebeeld wordt. Want een priester voorganger staat daar in personae christi. Dit wil zeggen, hij vertegenwoordigt Christus in de viering. Daarboven doet hij een stola, verwijzend naar het juk, de last, de verantwoordelijkheid die hij draagt in naam van Christus. Daarboven een kazuifel aangepast aan de liturgische kleur: paars voor de Advent en de vasten: groen voor de tijd door het jaar: wit voor de feestdagen en rood voor het vieren van Pinksteren of van de martelaren.







