Detail uit het brandraam in de VerrijzeniskerkZicht op het orgel van de Sint ElisabethkerkSint Jan batistBijbelBrandramen in de Sint TheresiaZicht op de Verrijzeniskerk

titel


Auteur: Piet Vandenbulcke Het orgel in de Sint Rochuskerk


Kapel Walle
(de oude kapel "Walle" anno 1895 - foto Stad Kortrijk)
Voorgeschiedenis.

In de noodkerk van 1861 was het orgel geplaatst uit de kapel van de Kortrijkse buitenwijk "Walle". Het werd in 1864 in de nieuwe kerk geplaatst, en toen het doksaal klaar was in 1872 verhuisde J.Fr. Van Houtte (Waregem) het naar dit doksaal.

Het is niet bekend wat er met dit orgel (wellicht een relatief klein instrument) geschiedde bij de bouw van het nieuw orgel in 1894.


Huidig instrument.

Auteur oorspronkelijk orgel: Ch. Anneessens (Menen & Halluin)
Bouwjaar: 1894


Orgelkast.

- ontwerp arch. A. van Assche (Gent)
- uitvoering M. Zens (Gent)

Revisie in 1904 door J. Deprez (Gent). Hij herstelde in 1911 ook de blaasbalg en stond in voor verder onderhoudswerk.

Huidig onderhoud: P. Andriessen (Menen).


Klaviatuur.

- vrijstaande speeltafel vóór de linkse orgelkast (de organist heeft het altaar aan zijn rechterzijde)
- ronde registertrekkers
- er is geen typerend Anneesens-naamplaatje meer aanwezig boven het klavier
- de manualen en bakstukken zijn reeds gerenoveerd
- pedaal en organistenbank zijn origineel


Dispositie.

Registeropstelling in de klaviatuur: (twee horizontale rijen trekkers boven manualen I en II)

Registers
Groot orgelklavier Recit orgelklavier Pedalen
01 Bourdon 16
02 Montre 8
03 Bourdon 8
04 Flûte harmonique 8
05 Viole de gambe 8
06 Dolce 8
07 Prestant 4
08 Flûte ouverte 4
09 Quinte 2 2/3
10 Doublette 2
11 Fourniture 3 r.
12 Trompette 8
13 Clairon 4
14 Principal 8
15 Bourdon 8
16 Salicional 8
17 Flûte douce 8
18 Voix céleste 8
19 Flûte octaviante 4
20 Doublette 2
21 Trompette harmonique 8
22 Basson et hautbois 8
23 Subbass 16
24 Octav-basse 8
25 Violoncelle 8
26 Tuba 8
Registers

Pedalen voetbediend links van de zweltrede: (in te haken pedalen)

- GD Orgue au Pédalier
- Récit au Pédalier
- Récit au GD Orgue
- Tuba

Zweltrede.

Pedalen voetbediend rechts van de zweltrede: (in te haken pedalen)

- Tremolo
- Anches Récit
- Anches GD Orgue (naamplaatje is verdwenen)


Omvang van de tonen:

- manuaalomvang: C - g3
- pedaalomvang: C - f1

Pijpwerk.

- homogeen uit 1894
- Fourniture gebaseerd op 16 voet
- de Subbass is in eerste keus mooie eik
- de Tuba is een zeer wijde trompet

Windladen.

- originele windladen, in eik

Tractuur.

- mechanische tractuur, mooi en ordelijk aangelegd
- zonder Barker-apparaat, maar toch normale toetsdruk

Windvoorziening.

- magazijnbalg

Orgelkast.

- gedeelde symmetrische orgelkast: het linkse meubel (gezien vanuit de kerk) bevat het Recitorgel en daaronder (in de voet) de Pedalen, de rechtse kast bevat het Grootorgel
- beide kasten zijn met hun rugzijde en met één zijkant tegen de doksaalmuren aangebouwd, en hebben dus geen meubelwand
- niet-onaardige neogotiek (ontwerp: Aug. Van Assche, Gent)
- op elk van de kasten staat een gesculpteerd medaillon met tekstbanderol: links "St-Germanus" rechts "Anno 1894" boven elke tekstbanderol staat in bas-reliëf een bisschopsbuste (Sint-Germanus?)


Geschiedenis van het orgel.

In het Gedenkboek der parochie St. Rochus - Kortrijk 1861 van de hand van L. Depoortere, pastor emeritus vinden we heelwat gegevens terug.

Op 17 juni 1861, zong de pastoor zijn eerste hoogmis in de noodkerk en bleef er de parochiale diensten verzekeren tot 25 September 1864. Hij kreeg een koster in die kapel, de H. Richard Reynaert, een koster met een donderstem. Een nieuw harmonium werd aangekocht te Brussel, bij de firma Merklin-Schütze en betaald in oktober 1861: 800 Fr.

Juli 1872 zitten we in de nieuwe kerk; het orgel van de kapel van Walle was hier voorlopig geplaatst. Wat het voorlopig orgel betreft, zien we volgens een kerkrekening dat zodra het doksaal opgetrokken is en er zich toe leent, de orgelmaker Vanhoutte van Waregem in Juli 1872, het orgel kuist en herplaatst. Het stond nu op zijn plaats.

In Mei 1886, wordt voor het eerst het aankopen van een nieuw orgel besproken. Deze gewichtige onderneming diende nauwkeurig onderzocht en verhandeld door de kerkraad. Men beschikte tot nog toe over het oud orgeltje van Walle; het was 1.000 fr verzekerd. Begeerde men een nieuw orgel dan moesten doksaal en binnenportaal gans omgevormd. Voor de plannen wendde men zich tot bouwmeester Vanassche.

Zicht op de linkerorgelkast


In verband met het orgel vinden we volgende zakelijke beraadslaging op datum van 5-10-1890: "de raad: overwegende dat het orgel ... niet als sieraad ... maar als een noodzakelijke zaak moet aanzien worden; wezenlijk deel makende van het gebouw der kerke zelve; overwegende dat de kerk van St. Rochus, gebouwd in 1862, sedert omtrent 30 jaren beroofd is van orgel, en bijgevolg, dat de tijd gekomen is van hierin te voorzien op een wijze, die overeenkomstig is met de aangelegenheid zowel van de parochie van St. Rochus, als van de stad Kortrijk, daar zij deel van maakt; gezien dat volgens plannen en bestekken, de kosten van het nieuw orgel met de orgelkas in eikenhout en het plaatsen medebegrepen, belopen tot de som van 17.000 fr; gezien dat de kerkfabriek van St. Rochus, die niets bezit, in de volstrekte onmogelijkheid is van die kosten alleen te betalen; overwegende ten anderen dat de parochianen mildelijk tot hiertoe het hunne hebben bijgebracht om de kerk te voorzien van altaren, predikstoel, zingbanken, biechtstoelen, kruisweg, klokken en veel andere meubelen, en nog onlangs om de kosten te betalen van het schilderen hunner kerk: en dit alles zonder hoegename tusschenkomst van het plaatselijk bestuur; ... Besluit met eenparigheid van stemmen:
  1) dat het voorstel van dit orgel te doen maken dient aanveerd en goedgekeurd te worden;
  2) dat de noodige hulpsommen tot het betalen van het orgel aan de hogere overheid zullen gevraagd worden op den volgenden voet:
    A. aandeel van de kerkfabriek: 1.000 fr
    B. aandeel der stad Kortrijk: 6.000 fr
    C. aandeel der Provincie 5.000 fr
    D. aandeel der Staat: 5.000 fr

Te samen 17.000 fr ... Gelast het bureel deze beraadslaging in dubbel afschrift aan de bevoegde overheid over te zenden, tot goedkeuring en bekomen der bovengemelde hulpsommen".


Schoon besluit met veel gegevens ... dat op een sisser zal aflopen! In zitting van 19-11-1890, gaat het bureel over tot de aanvraag van deze subsidies. Alles blijft in het doodboek en ongeveer 2 jaar verlopen vooraleer onze zaak vordert. In die tussentijd had men bouwmeester Vanassche aangesproken om plannen en bestek van 2 orgelbuffetten in te dienen; de gunstig gekende orgelfacteur van Halluin en Menen, Charles Anneessens, werd aangesteld voor het samenstellen van het orgel. De plannen van Vanassche staan klaar op 25-5-1891. Wanneer men in juli 1891 de begroting van 1892 opmaakt dan schrijft men een subsidie in van 6.000 fr te betalen door de gemeente en 5.000 fr elk door Staat en Provincie en 1.000 fr van de kerkfabriek. Alles wordt van hogerhand geschrapt. De plannen van Vanassche voor het orgelbuffet worden ingediend bij de Commissie van Monumenten en aldaar goedgekeurd op 1-10-1892. Doksaal en portaal waren reeds geruime tijd geplaatst. In April 1892, komt op de dagorde van de kerkraad: "Een nieuw voorstel voor het aankopen van een orgel: 17.000 fr. te weten: 5475,75 fr voor de buffetten en 11.524,25 fr voor het orgel zelf. Gezien dat tot nu toe, geene antwoord is gegeven geweest door de hogere overheid ... gezien de geringheid der hulpsommen die de kerkfabriek tot hiertoe van Stad, Provincie en Staat bekomen heeft, bijzoverre dat zij al te samen nog geen zesde deel uitmaken van hetgeen de kerk, bouw en meubelen, tot heden gekost heeft; daar al het overige, dat is meer dan 150.000 fr betaald is geweest met aalmoezen; gezien ..."

Besluit: dat er aan de hogere overheid, zonder verlies van tijd eene nieuwe aanvraag van subsidien zal gedaan zijn, waarin de aandeelen ditmaal anders zullen voorgedragen worden dan in de beraadslaging van 5-10-1890, te weten: aandeel van stad en kerkfabriek elk een derde: 2 x 5666,66 fr; aandeel van Provincie en Staat elk een zesde: 2 x 2833,34 fr. Al te samen 17.000 fr.

In de begroting van 1893, worden gemelde sommen ingeschreven als buitengewone ontvangsten en uitgaven. Nogmaals had men gerekend zonder de waard en opnieuw werd alles uitgeschrapt. Op 25-11-1892 bericht het gemeentebestuur dat de Stad in plaats van het gevraagde derde der onkosten (5.666,66 fr), slechts een tiende, hetzij 1.700 fr als subsidie zal toekennen. De Gouverneur der Provincie verklaarde dat zijn departement hoegenaamd geen hulpsom verleende, om reden dat de plannen van het orgelbuffet, alhoewel goedgekeurd, nochtans niet kunstig genoeg zijn. In een schrijven van 18-1-1893 aan de pastoor drukt de bouwmeester hierover zijn spijt uit: "Ces buffets quoique trés simples de décoration sont bien conçus dans le style de votre église ... J'aurais désiré connaître quel changement auraît dû y être apporté pour les (sic) donner un caractère artistique".

De Minister van Justitie op zijn beurt treedt dezelfde zienswijze bij. Onze ijverige pastoor geeft het niet op. Hij die reeds zo dikwijls een oproep maakte op de milddadigheid van de St. Rochusvrienden zal opnieuw op hun beurs slaan. Zo schijft hij in de begroting van 1894 de som in van 17.000 fr, bestaande uit 15.300 fr giften der parochianen en 1.700 fr toelaag der gemeente. Ditmaal wordt alles door de hogere overheid goedgekeurd. De aanhouder won!

Op 11-9-1893 verschijnt het Koninklijk Besluit waarbij de goedgekeurde orgelbuffetten mogen geplaatst worden, de kerkfabriek ten last. Het bestek van het dubbel orgelbuffet, met ereloon 260,75 fr voor de bouwmeester, was geraamd op 5.475,75 fr. Voor ieder buffet bedraagt het beeldhouwwerk 1.017 fr en bevat ondermeer frisen op de drie zijden, vooruitspringende consolen, 20 pinakels en 4 engelenbeelden. In Februari 1894 wordt aan Mathias Zens, met de laagste aanbieding 5.500 fr, het werk toevertrouwd; de heer Pauwels stak in voor 5.960 fr. Volgens het contract moest het buffet op 1 Juli af zijn. In Sept. 1894 krijgt Zens 5.000 fr in afrekening en 550 fr tot slot van rekening op 11-2-1895.

Wat het orgel zelf betreft, het is een aparte geschiedenis, waarvan niet alle punten even klaar zijn, daar verschillende archiefstukken ontbreken. Op 25-10-1893, dient Anneessens zijn bestek en lastenkohier in. Het orgel zal 12.600 fr kosten, samengesteld als volgt: op het groot klavier (56 noten): 11 verschillende spelen; op het recietklavier (56 noten): 8 spelen; het voetklavier (30 noten): 3 spelen; er zijn 5 tongspelen. In het geheel zijn er 1.166 pijpen. De pijpen vooraan in het buffet zijn vervaardigd uit fin tin. Er zijn 8 samengestelde verbindingen.

Op 29 November brengt de kerkraad, na gewonnen inlichtingen, enige veranderingen aan de samenstelling van het orgel. Op 30-12-1893 wordt het definitief contract getekend. Met de zogezegde verbeteringen, blijft de prijs vastgesteld op 12.600 fr, daarin begrepen het onderhoud en het stemmen van het orgel gedurende de vier eerste jaren. De orgelfacteur heeft 8 maanden tijd voor het plaatsen van het instrument. Drie andere orgelmakers hadden ook ingestoken: de gebroeders Vereecke te Gyseghem: 15.600 fr; Stevens-Vermeersch te Duffel voor 12.000 fr en Forest te Roeselare 16.000 fr.

Slag om slinger werkt Anneessens aan het orgel. In Juli reeds gelast de raad het bureel "met zorg alle noodige maatregels te nemen in vooruitzicht van de aanstaande inhuldiging." Een voorlopig deskundig onderzoek geschiedt in het atelier op 30 Juli 1894, door de HH. kerkmeesters, bijgestaan door E.H. Baelen, directeur van St. Anna, en de h. Octaaf Devaere, meester orgelist van St. Maartens. De h. Anneessens ontving die heren als gast. Het noenmaal was puik. De pastoor kon niet nalaten te bemerken: "Mr. Anneessens, si vos orgues seront aussi bonnes que votre dîner, ce sera parfait." Dit onderzoek brengt een bijkomende verandering in de samenstelling van het orgel: bij de 23 spelen beschreven in het lastencohier worden nog 3 andere bijgevoegd voor een bijkomende betaling van 1.000 fr. Er waren thans 1.428 orgelpijpen en 8 pedalen voor het samengesteld spel.

Andre Devaere
Andre Devaere

Het nieuw orgel werd ingezegend en ingehuldigd op Donderdag 20-9-1894, om 4 uur. Uitnodigingen met programma van het orgelconcert worden verzonden. Zeer Eerw. Heer Deken Degryse, bad de liturgische gebeden. Men had de heer Gigout, orgelist van de St. Augustinuskerk van Parijs, alsook de heer Devaere onzer stad, laureaat van het Brussels conservatorium uitgenodigd het orgel te bespelen. Het was een prachtig concert.

Het koor der kerk werd voorbehouden voor de geestelijke en burgerlijke overheid alsook voor de hh. kerkmeesters; een aanzienlijk deel der middenbeuk was afgesloten en voorbehouden aan 200 genodigden met bijzondere kaart; het overige deel bestemd voor het publiek. Onze stadsgenoot, de h. Arthur Lamoral, met zijn heldere en kloeke stem droeg twee indrukwekkende sologezangen voor: de Engelse groetenis van Thiebaut en de O Salutaris van Mullet. De h. Gigout ondermeer, in orgelstukken van eigen compositie:
    1) Grand choeur dialogué
    2) toccata
    3) communion
    4) scherzo,
deed al de schoonheid van het nieuw instrument in zijn vele schakeringen schitterend uitkomen. Als naspel speelde hij meesterlijk de toccata in fa met soli der pedalen van Bach. Ook de h. Devaere oogstte veel succes door zijn spel. De PATRIE van Brugge die het relaas geeft van de plechtigheid voegt eraan toe: "Cette fête permet de se rappeler ce que notre zélé Curé a fait depuis 20 ans pour son église ... Mr. Bossaert, dit-on, est parvenu à trouver chez les bienfaiteurs de son église une somme qui dépasse 120.000 fr ... l'attention religieuse ne s'est pas démentie un instant ..."

De kerkrekening meldt dat aan de heer Gigout van Parijs 250 fr ereloon betaald werd; de omhaling in de kerk bracht 140 fr op. De rekening van de orgelfacteur bedroeg 13.150 fr; waarvan 11.850 fr betaald werden op 22-12-1894 en 1.000 fr in December 1895. De overige som, volgens de voorwaarden van het contract, bleef gedurende 10 jaar als waarborg op het orgel ter beschikking der kerkfabriek, mits betaling van 4 procent kroos. Met de buffetten (5.500 fr) kwam het orgel aan 19.400 fr. Een bijgevoegde subsidie van de Stad van 240 fr werd gestort in 1895. Benevens talrijke giften ontving onze pastoor 626,20 fr van de confrerie van St. Rochus; hij beschikte ook over een reservefonds: het is een publiek geheim dat een vooruitziende pastoor er een heeft. Daaruit putte hij 1.172,80 fr. In December 1895 schonk de confrerie van St. Rochus opnieuw 900 fr; de andere confrerieën betaalden ook hun aandeel: 500 fr in december 1894, vanwege de confrerie van Sint Jozef. Op verzoek van de kerkraad, stelde de orgelist Devaere, op 14-12-94, een laatste onderzoek in over het orgel:
    "1) Je constate une faiblesse générale des jeux, notamment de montre et trompette;
    2) le caractère pas assez défini des montres et flux de flûtes;
    3) l'absence ou fonctionnement défectueux des antisecousses ... Il me plaît cependant à reconnaître le toucher facile des claviers et de la pédale, ainsi que de la bascule expressive. J'admire aussi la sonorité du tubasson à la pédale."
St. Rochus beschikte thans over een voortreffelijk nieuw orgel.


Wat het oud orgeltje, geschat op 1.000 fr, gewerd, staat nergens vermeld. Vervolgens "drukten de HH. kerkmeesters eenpariglijk de noodzakelijkheid uit van te zorgen voor een nieuwen orgelist, bekwaam van het orgel te doen gelden en den koorzang te ondersteunen en te verheffen" (27-7-1898). De heer Gustaaf Denys (1878-1914) werd aangesproken. Vanaf 1895 trad hij in dienst om de plechtigheden op Zon- en heiligdagen op te luisteren. Zijn jaarwedde bedroeg 200 fr. Hij stierf jonggezel en kapelmeester te Dortmund.


Volgde hem op in 1898, met jaarwedde in het begin van 250 fr en later vanaf 1913, 300 fr, de h. Arthur Vermeulen, syndic der deurwaarders. Zoals zijn doodsanctje meldt, "het was een fijngevoelige en diepzinnige toonkunstenaar die zijn talent liefst aan de kerkelijke eredienst toewijdde". Zijn naspel op de hoogmis was altijd keurig en perfect uitgevoerd; hij bleef aan tot einde 1919, wanneer de heer Bossaert hem als kosterorgelist opvolgde.


Wie niet in zijn schik was bij het plaatsen van het nieuw orgel, was de eerste koster van St. Rochus, Reynaert, die tevens als orgelist van het begin af aangeschreven stond en het oud orgelke van Walle bespeelde. Zekerlijk om hem te troosten kocht pastoor Bossaert voor 710 fr een beste harmonium aan Octaaf Devaere, merk Cottino, Parijs, met 5 spelen en 15 registers, alsook grootspel te bewegen met knie; het stond in het hoogkoor en is later verhuisd naar het zanglokaal van de Sint Rochus Zanggilde.


Zekerlijk waren de pastoor met zijn kerkheren liefhebbers van schoon muziek, want uit een rekening van 1895 blijkt dat de orgelist Devaere voor 100 fr kerkmuziek leverde. Het gold alsdan een spotprijs: 9 boekdelen van Bach: 32,40 fr; Mendelsohn, volledig werk: 2 fr; 6 pièces d'orgue (1 boekdeel) van César Franck: 10 fr; Volckmar, orgelarchief, 2 boekdelen: 5 fr; 6 concertos Händel: 17,50 fr; Missen en Motetten van Lemmens: 15 fr; Sonate sol min van Tinel: 4,40 fr; Album van Rinck: 2,70 fr; pièces d'orgue (2 boekdelen) van Salomé: 11 fr. Van al deze schone muziek, blijft er heden ten dage weinig of niets van over. Uit de 9 boeken van Bach werden de schoonste stukken uitgescheurd, tot op zekere dag, onder pastoor Fovè, alles spoorloos verdween. Sic canitur finis.


Toch niet! Onder pastoor Bossaert ondergaat het orgel een grondige herziening en herstelling in Mei 1904. Ditmaal wendt men zich tot orgelmaker Deprez Jos van Gent. Reeds in Maart 1903, werd het bureel bemachtigd "in onderhandeling te komen nopens hetgene te doen staat met het orgel, dat in zekere deelen nogal veel te wenschen laat. Volgens schatting ... zullen de kosten van herstellingswerken beloopen tenminste tot 550 fr; en in geval dat het bestaande stelsel van den Bourdon zou moeten vervangen worden door nieuwe membranen, die meer verzekerd zijn, dan zouden deze kosten van 200 fr vermeerderen ... "Zulks," zegt Mr. Deprez, "zal maar kunnen bestatigd worden bij inwendig en nader onderzoek". De rekening bedraagt 500 fr.; het orgel was dus zodanig slecht niet. Wat de h. Deprez juist veranderde, blijft onbekend daar het archiefstuk van het bestek zoek ging. Het staat vast dat de 500 fr werden afgehouden in 1905, op de waarborg van 1.000 fr nog verschuldigd aan de heer Anneessens. In 1911 kwam Deprez ook de blaasbalg van het orgel herstellen: 34 fr, ook kwam hij regelmatig het orgel stemmen.

Waarom wendde de kerkfabriek zich thans bij een Gentse orgelfacteur? Een briefwisseling met Maillard, advocaat te Tourcoing meldt het failliet Anneessens in Juli 1904; hij vraagt de betaling van de 1.000 fr die nog overschieten als waarborg. Reeds vanaf December 1896 moest Anneessens' financiële toestand zwaar belast zijn. Hij schrijft aan onze pastoor: "la recherche constante des perfectionnements à apporter à notre nouveau système tubulaire pneumatique ont absorbé durant 4 ans le plus clair de nos bénéfices ...". Daarbij, zijn oudste zoon gaat een huwelijk aan ... diensvolgens vraagt hij de uitbetaling van de waarborg. De overschietende som met de verschuldigde intrest, te samen 600 fr, werd aan de syndic der failliet gestort in Januari 1905. Het huis Anneessens gaat toch niet geheel ten onder. Zijn zoon Oscar komt zich vestigen te Kortrijk.
In zijn voorlaatste jaar, in 1916, vraagt pastoor Bossaert aan Oscar Anneessens een bestek voor het volledig herzien van het orgel. Al de orgelpijpen zullen worden uitgenomen en gekuist; de samenstelling en werking der verschillende organen van het orgel zullen grondig nagezien en geregeld worden. Blaasbalg met al de windpijpen moeten perfect dicht zijn. Gans het werk wordt gerekend op 600 fr. De kerkrekening 1916 meldt de uitvoering van dit bestek niet.


Het jaar daarna stierf pastoor Bossaert. Aan zijn opvolger zal hij de verdere uitgaven overlaten voor het kloek en stevig instrument dat hij tot stand gebracht had.


Van 1899 tot 1919 was Arthur Vermeulen (geboren in 1871 en gestorven in 1938) organist in de Sint-Rochuskerk; hij was eigenlijk deurwaarder van beroep; hij speelde ook vaak in de Sint-Michielskerk en elders, en was ook beiaardier en gelegenheidsdirigent.
Van 1919 tot net na de Tweede Wereldoorlog weten we niet te achterhalen wie het orgel bespeelde.
Na de oorlog kwam Antoon Declercq en in 1992 volgde ik die tot op heden op.




© 2025 - Pastorale Eenheid De Verrijzenis Kortrijk - - - Privacybeleid



Uw browser is: Unknown 5.0 overzicht Unknown rapport:
Mozilla/5.0 AppleWebKit/537.36 (KHTML, like Gecko; compatible; ClaudeBot/1.0; +claudebot@anthropic.com)