Auteur: E.H. Guido Cooman
Enkele eerste herinneringen
bij het heengaan van pastoor John …

Zijn leven voltooid…
Sinds 1974 tot op heden is John niet weg te schrijven uit de lokale Kortrijkse kerkelijke geschiedenis:
hij was er, zonder in detail te treden, pastoor van de Studentenparochie KULAK,
dienstdoend priester in de Sint-Theresiakapel, docent aan het HIVV van de Katho, pastoor op Heilig Pius X en Sint-Rochus
en later voor de hele federatie Hoog-Kortrijk, meewerkend priester WZC Sint-Jozef (nu 't Huis) …
Hier volgen slechts enkele van de vele herinneringen uit de ruime 20 jaar dat ik hem mocht kennen;
maar mocht ieder de zijne of hare neer schrijven, dan zouden de biografen later een dankbare inkijk hebben
in het opmerkelijke leven van deze priester.
In 2003 werd mij - prille dertiger - vanuit universitaire en kerkelijke hoek gevraagd John - frisse zestiger - op te volgen als pastoor op de KULAK: John zelf had zichzelf al wel eens laten ontvallen dat het leeftijdsverschil met de beginnende universiteitsstudent en de mentaliteitswissel die zich in de tweede helft van de jaren '90 had voorgedaan het niet makkelijk maakten. Ik kende John van naam (wie niet trouwens?), maar had hem nog nooit ontmoet. Het was in de Zweetkelder, tijdens een Broodmaaltijd met studenten, dat we elkaar voor het eerst spraken. John gaf toe dat het voor hem moeilijker werd om zich in te leven in de wereld van de afgestudeerde middelbare student en stemde in om na te denken over het einde van deze opdracht.
In september 2003, in Anseremme/Dinant, genoot John voor de laatste keer van zijn studenten, bleef goedlachs - ook als hij zich 's nachts kwaad had moeten maken tegen de bende losgelaten tieners -, en amuseerde zich kostelijk als ouderejaarsstudenten een stevige karikatuur van een of andere prof of KULAK-personeelslid konden neerzetten, zichzelf incluis. Hij danste enthousiast de Hiney mah Tov (cfr. psalm 133: “Hoe goed en weldadig kan het zijn om als broers en zussen samen te zijn”). Hij klauterde behendig de Côlèbí (uitgedroogde waterval) omhoog, verkende een ondergrondse grot, en toonde deskundig voor hoe de nieuwe studenten het moesten doen. John stond garant voor lekker eten en wist van de koks in de keuken (vaak vrienden van KULAK of uit zijn Gezinsgoep) alles te bekomen. Hij toonde me gedurende 3 weken de streek, de winkels, de mensen met wie ik goed contact moest houden. Men vroeg me de jaren nadien in Anseremme steeds hoe het met de “gros curé de Courtrai” ging… De laatste vierde week droeg hij zo goed als alles over. Hij liet het zeker niet blijken, maar ik voelde dat hij het afscheid van KULAK en zijn studenten in stilte op zijn schouders droeg.
Ik begon na de opening van het Academiejaar te ontdekken welke erfenis John achterliet: de onthaalweken, broodmaaltijden, medewerking van de parochie aan de 24 Uren, misvieringen, Oudejaarsavond voor Eenzamen en Armen, activiteiten voor senioren en kinderen ... Ik mocht John bellen als ik ergens geen klaar in zag. Ik begreep wat John in zijn laatste jaren had aangevoeld en nu verwoorden kon: de vertaling van een studentikoze sociaal-solidaire inzet naar evangelische bewogenheid (in trouw aan zijn voorganger Ignaas Dewitte) was gedurende zijn 30 jaren gedreven aanwezigheid op de universiteit grotendeels verdampt. De krachtige gemeenschapsdynamiek van KULAK en de Studentenparochie uit de 60-ger en 70-jaren was omgeslagen in een toegenomen postmoderne individuele levensstijl. John bleef evenwel altijd met een groot hart kijken naar de jonge mensen, want voelde aan dat als men met hen het contact verliest de toekomst van de Kerk ook het spel zou staan. Hij bleef er zich voor inzetten opdat de Kerk in structuur en opstelling naar de hedendaagse wereld het vuur van het Tweede Vaticaanse Concilie, tijdens hetwelk hij zijn priesteropleiding had aangevat, niet zou doven… Het manifest “In godsnaam, bisschoppen” van november 2011 over de toekomst van de Kerk, waartoe hij mee initiatief nam, was daarvan een geëngageerd teken.
Soms deed John een beroep op mij om op 't Hoge Sint-Theresia de dienst voor te gaan. Wat voor een actieve geloofsgroep mocht ik daar leren kennen? Was John er als jong priester nog wel meer dan 6 diensten op een weekend voorgegaan, dit was intussen al sterk verminderd. Maar hij had er, samen met andere priesters o.l.v. zuster Liesbeth, zo'n liturgische stijl, inhoud en draai aan gegeven dat men hem van ver was blijven volgen en men soms ontgoocheld was als hij niet voorging (wegens andere verplichtingen in zijn Federatie). Het was inderdaad zo dat er onder het goedkeurende oog van John nieuwe melodieën en teksten werden uitgeprobeerd, Taizé-refreinen uitbundig werden meegezongen. En zong John wel eens een toontje te luid of er naast, hij wist op 't Hoge en elders, iedereen steeds mee te krijgen …
Intussen was ik de Kortrijkse parochiepastoraal ingerold en leerde er John als collega op het werkveld kennen. Tijdens pastoorsconferenties was het steeds (soms een beetje bang) afwachten hoe John zou reageren op de tekst door het Bisdom ter bespreking aan de pastoors voorgelegd. Onderlegd in de historisch-kritische methode uit zijn eigen studententijd (kort gezegd en wat door de bocht: “wie zegt wat: waarom en wanneer”?) kon hij scherp maar stevig uit de hoek komen. Want zo hadden we het vaak nog niet bekeken. Ook in zijn preken en beschouwingen in Kerk&Leven ging hij de controversiële punten niet uit de weg. En ook over het stedelijk beleid inzake kerken en kerkfabrieken deed zijn mening, als aangestelde van de bisschop voor het Centraal Kerkbestuur Stad, er telkens wel weer toe. Naar de opmaak van stedelijke Kerkenbeleidsplannen vanaf 2014 keek hij met een heel scherp en objectief oog, telkens met de reflex van de betekenis hiervan voor de gewone zondagse kerkganger. John wees er iedere keer op wat voor een verlies (inhoudelijk en qua aantal) het sluiten van een parochiekerk met zich mee zou brengen.
In 2017, enkele dagen voor zijn 75ste verjaardag op 6 september, deelde John op de pastoorsconferentie van die maand droogweg mee dat hij zijn ontslagbrief naar het bisdom had opgestuurd. Hij wachtte op een antwoord, in de hoop dat hij langer zou mogen blijven. John kon verder doen tot na de vormsels en eerste communies van 2018. Sans rancune tegenover mij, die gevraagd werd hem als pastoor op te volgen, legde hij zijn opdracht neer. De afscheidsviering op zaterdag 26 mei met veel aanwezigen deed hem veel deugd en de receptie die er op volgde op de speelplaats van school maakte hem gelukkig.
Dat John niet “stil in een hoekje met een boekje” zou gaan zitten, stond in de sterren geschreven. Hij kreeg de kans om meewerkend priester (“aalmoezenier”) te worden in WZC Sint-Jozef met weekdag- en zondagsmis, uitvaarten en nam deze kans met beide handen aan. Vanuit de Loofstraat en de Mgr. de Haernelaan was hij dichtbij zijn nieuwe opdracht. Wanneer ik John nog eens ontmoette, zag dat hij wat ouder werd en vroeg naar zijn gezondheid, was het duidelijk dat hij het lot van zijn eens zo sterke lichaam aan de dokters en de wetenschap uit handen had moeten geven, maar dat hij er mentaal op ingesteld was er steeds weer bovenop te komen. Het heeft niet mogen zijn … Requiescat in Pace cum Sanctis. Ik zal hem missen …
Vermoedelijk duiken in de komende dagen nog heel wat andere en meer herinneringen naar boven. Maar dit zijn de eerste… We wensen zijn zus en huisgenote Claire, en de hele familie, onze christelijke deelneming toe. Zaterdag 29 augustus 2026 om 10.00 uur wordt hij in de Sint-Maartenskerk ten grave gedragen.

John plant zijn afscheidsboom op KULAK in 2003.
Meer over priester John Dekimpe kan u hier lezen:
- Kortrijk neemt afscheid van geliefde priester John Dekimpe
- De Standaard + Nieuwsblad EH John Dekimpe











