Statie IV: Jezus ontmoet zijn moeder.

Wij aanbidden U, Christus, en wij loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.
"Bij Jezus kruis", schrijft Johannes, "stonden zijn moeder,
de zuster van de moeder en Maria Magdalena" (Jo. 19,25).
Op weg naar Calvarië had Jezus zijn moeder reeds ontmoet.
In de dagen van zijn glorie bleef Maria op de achtergrond.
Op de weg van zijn lijden,
op de weg naar zijn dood, is zij haar Kind nabij.
"Zij weet wat verdriet is en leed.
Daarom zegt zij weinig.
Of véél: met haar oogopslag en haar groet, met haar onmachtige handen."
Heer Jezus, Gij zijt van Maria, uw Moeder, heengegaan om te zijn in "de zaken" van uw Vader. Gij hebt gekozen voor God en voor uw zending. Niet voor een vreedzaam en veilig bestaan, beneden in het land van de mensen, maar voor de berg van het offer. Eén kort ogenblik, op weg naar Calvarië, werd Gij weer het kind van Maria en de knaap van Nazareth. Daarna, en voorgoed, de Man-van-smarten naast de Moeder-van-smarten. Een teken van tederheid in de drukte rondom. Geef ons de troost, uw Moeder altijd nabij te weten, ook op onze lijdensweg, Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Ontferm U over ons. Heer ontferm U over ons. God, wees ons, zondaars, genadig.
|
|









