Statie VI: Veronica droogt het aangezicht van Jezus af.

Wij aanbidden U, Christus, en wij loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.
"Een grote volksmenigte", schrijft de evangelist,
"volgde Jezus; ook een aantal vrouwen die met Hem begaan waren" (zie Lc. 23,27).
Onder hen Veronica.
Zij baant zich een weg naar Jezus toe,
tegen de mensenstroom in, "menselijk, zonder menselijk opzicht,
bewogen door geen andere macht dan de liefde die medelijden is.
Rijker dan ooit te voren gaat zij heen,
met zijn beeld op het witte lijnwaad,
waarmee zij zweet en bloed wilde betten."
Heer Jezus,
er zijn wellicht geen woorden gesproken van U tot Veronica, van Veronica tot U.
Haar daad was duidelijk genoeg.
Uw dankbaarheid ook.
Tweemaal tastbaar.
En onvergetelijk.
"Zalig de barmhartigen," hebt Gij gezegd, "zij zullen barmhartigheid ondervinden."
Leer ons uw gelaat herkennen in de nood van de mans naast ons,
in zijn ziekte, in zijn eenzaam lijden.
Geef ons de attentie en de zachte band van Veronica. Amen.
Ontferm U over ons. Heer ontferm U over ons. God, wees ons, zondaars, genadig.
|
|









