Statie VII: Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en wij loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.
"Wij hebben een Hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden.
Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld,
precies zoals wij, afgezien dan van de zonde" (Heb. 4,15).
De Heer Jezus valt andermaal.
"Aan de mensen gelijk geworden ...
heeft Hij zich vernederd" tot uitputting en vernietiging toe.
Wat weegt Hem het zwaarst. De vermoeidheid?
Of het onbegrip en de onverschilligheid?
De pijn van het lichaam?
Of de smart van de ziel?
Hij gaat de zwaarste weg, tot het einde toe.
Met vallen en opstaan. Klein, vernederd, voor ons.
"Het waren onze smarten die Hij droeg..." (Jes. 53,4).
Heer Jezus, Gij kent onze zwakheid en onze trots, onze bezorgdheid om de schone schijn te bewaren. Vergeef het ons als wij tweemaal per dag vallen, als wij elkaar neerhalen en te gronde richten, als bij bitter zijn en elkander niet verdragen. Geef ons de kracht telkens weer op te staan uit onze zonde en zelfzucht, uit onze onverschilligheid. Leer ons de weg te gaan van verzoening en boete, de weg naar de Vader, rijk aan barmhartigheid. Amen.
Ontferm U over ons. Heer ontferm U over ons. God, wees ons, zondaars, genadig.
|
|









